Bereiding
-
Zeef de bloem in een grote kom en meng er het zout en de vanillesuiker door. Maak een ruim kuiltje in het midden.
-
Breek de 6 eieren en de extra dooier in het kuiltje. Klop met een garde vanuit het midden los en neem geleidelijk bloem van de rand mee tot een dikke, gladde pasta.
-
Voeg de melk in scheutjes toe terwijl je blijft kloppen — eerst traag, dan sneller — tot een glad, vloeibaar beslag met de dikte van dunne room.
-
Klop de olie door het beslag, zodat de pannenkoeken soepel blijven en niet plakken, zonder botersmaak.
-
Dek af en laat minstens 30 minuten rusten op kamertemperatuur (mag tot 24 u in de koelkast). De bloem hydrateert en de vanille trekt in.
💡 Sla deze rust niet over — dit geeft een soepel, niet-taai resultaat.
⏱️ 30 min -
Roer het bruiswater er vlak voor het bakken rustig door, zonder hard te kloppen, zodat de belletjes bewaard blijven. Het beslag wordt iets dunner en lichter.
-
Verhit een pannenkoekenpan (24-26 cm) op middelhoog vuur. Doe er een klein beetje olie in en veeg overtollige olie weg met keukenpapier. Goed als een druppel beslag meteen zacht sist.
-
Schep een soeplepel beslag in het midden en kantel de pan meteen rondom, zodat de bodem dun en gelijkmatig bedekt is. Liever iets te weinig dan te veel.
-
Bak tot de randen loskomen en kleuren en de bovenkant droog en mat is. Draai om en bak de tweede kant nog 30-60 seconden goudbruin.
⏱️ 2 min -
Herhaal met de rest van het beslag; gebruik om de 3-4 pannenkoeken een nieuw dun laagje olie. Stapel de pannenkoeken onder een theedoek of houd ze warm in een oven op 80°C.